Ontwikkelingen medicatiedossier

Interview met Yoe Kwa, Programmamanager Medicatie bij VZVZ

Informatiestandaard Medicatieproces
Betere gegevensuitwisseling met alle zorgverleners in het belang van de patiënt

Een patiënt kan tegelijkertijd met vele zorgverleners te maken hebben. Al deze behandelaars kunnen bijdragen aan de medicatieveiligheid als ze gezamenlijk inzicht hebben in de actuele medicatiegegevens van de patiënt én deze ook kunnen uitwisselen. Bovendien werken ze dan efficiënter. Er is een standaard voor de uitwisseling van medicatieberichten via het Landelijk Schakelpunt (LSP), maar er is behoefte aan uitbreiding daarvan.

Artsen en apothekers kunnen nu alleen op basis van de medicijnen die door de apotheken zijn verstrekt, afleiden welke geneesmiddelen aan de patiënt zijn voorgeschreven. Een zorgverlener wil echter zien wat er is voorgeschreven. De nieuwe Informatiestandaard Medicatieproces biedt hen zowel het complete beeld als de mogelijkheid om de informatie onderling uit te wisselen. VZVZ is één van de betrokken partijen bij de ontwikkeling van de nieuwe standaard. De huidige versie draait op het LSP, waarvan VZVZ beheerder is. De nieuwe standaard zal begin volgend jaar door een aantal ICT-leveranciers voor uitwisseling via het LSP worden ingebouwd en als pilot in de praktijk worden beproefd.

Yoe Kwa, afgestudeerd als apotheker en sinds vele jaren werkzaam op het snijvlak van ICT en zorg, is Programmamanager Medicatie bij VZVZ. Begin oktober hield hij een presentatie voor de Stuurgroep van REN om de veranderingen toe te lichten.

Informatie blijft hangen
Waarom schiet de huidige standaard tekort? Kwa: “Het huidige recept is feitelijk een verzoek aan de apotheker om de voorgeschreven medicijnen af te leveren. Het is niet bedoeld om een voorschrift te stoppen of een dosering te verminderen, bijvoorbeeld van driemaal daags een tablet naar eenmaal daags. Die informatie komt niet bij de apotheker of een medebehandelaar van de patiënt, maar blijft hangen op het niveau van de arts die het voorschrift heeft gemaakt. Het gevolg is dat de kans op medicatiefouten toeneemt, bijvoorbeeld omdat de dosering niet wordt verminderd. Of er ontstaat onduidelijkheid of een medicijn wel of niet gestopt is.”

Zorgverleners willen graag dat informatie over alle stappen van het medicatieproces – van voorschrijven, verstrekken, toedienen tot en met het gebruik – eenduidig geregistreerd wordt en ook met alle betrokkenen kan worden gedeeld. Daarbij moet niet alleen helder zijn welke nieuwe medicatie is voorgeschreven, maar moet ook iedere wijziging gecommuniceerd worden.

Kwa: “Het gaat er ook om dat je inzicht wilt hebben in het gebruik door de patiënt. Bij opname in het ziekenhuis wordt een medicatiecheck gedaan om te zien of de patiënt slikt wat is voorgeschreven. Het ziekenhuis gaat uit van een lijst die via het LSP beschikbaar is. Aan de patiënt wordt gevraagd of hij of zij de voorgeschreven middelen gebruikt en zo ja in welke mate. Die informatie over het werkelijke gebruik door de patiënt kan het ziekenhuis niet elektronisch delen met de apotheek of de huisarts. Er is nu nog geen standaard om deze gegevens te delen.”

Grote uitdaging
Dit manco verdwijnt als de nieuwe Informatiestandaard Medicatieproces wordt uitgerold. De standaard is al als concept beschikbaar sinds afgelopen zomer. De ‘proof of concept’ fase staat nu voor de deur, waarna in het tweede kwartaal van 2017 de pilots kunnen worden ingericht. De grote uitdaging is het vinden van leveranciers van apotheek- en huisartssystemen die de gewenste informatie kunnen leveren en ontvangen. “Dat is best pittig”, zegt Kwa, “want ze hebben veel op hun bord.” Maar, hij heeft er vertrouwen in dat het gaat lukken. “Gebruikers, vooral ziekenhuizen, zijn enthousiast over het initiatief en zullen daarom bereid zijn om hun leveranciers aan te moedigen tot deelname. In het REN-gebied is bijvoorbeeld Chipsoft, leverancier van het EPD in ziekenhuizen, actief. Zij doen graag mee.”

De stappen ‘voorschrijven, verstrekken, toedienen en gebruiken’ in het medicatieproces zijn de basis voor het registreren en uitwisselen van informatie. Daarnaast wordt een scheiding tussen therapeutische en logistieke gegevens aangebracht. Dit heeft als voordeel dat in het medicatieoverzicht van een patiënt duidelijk onderscheid kan worden gemaakt tussen wat de arts heeft voorgeschreven, gewijzigd of gestopt, wat de apotheek op basis daarvan heeft geleverd en wat de patiënt daadwerkelijk gebruikt. Zorgverleners maken zelf afspraken over het zo goed mogelijk op elkaar laten aansluiten van hun werkwijzen, waardoor actueel inzicht in de medicatiegegevens van een patiënt mogelijk is.

Gevolgen voor de werkwijze
Kwa merkt op dat de nieuwe standaard gevolgen kan hebben voor de werkwijze van apothekers. “Van hen kan actie worden verwacht, zodra zij een medicatiewijziging zien, terwijl de patiënt op dat moment niet aan de balie staat. Er is geen recept, want dat is in de nieuwe opzet niet nodig.”

Technisch zal de Informatiestandaard Medicatieproces te zijner tijd kunnen worden geïmplementeerd. Wie op het LSP is aangesloten, en dat zijn veel partijen, behoeft niet veel te regelen. Wel is aanpassing van de software op de bestaande applicatie noodzakelijk. Als de ‘proof of concept’ en de pilots voorspoedig verlopen, kan de Informatiestandaard Medicatieproces medio volgend jaar operationeel zijn.