Projecten en samenwerking

REN voert momenteel de volgende projecten uit:

Zorgaanbieders dienen zich te houden aan de Wet Bescherming Persoonsgegevens. Sinds 1 januari 2016 zijn de regels voor het melden van datalekken veranderd en zijn de boetes op overtredingen sterk verhoogd. Op verzoek van de zorgaanbieders in West-Brabant onderzoekt REN of het mogelijk en haalbaar is gezamenlijk afspraken te maken over de betrouwbare verwerking en uitwisseling van gegevens. Hiertoe is het Regionaal Platform Verwerking Patiëntgegevens (RPVP) opgericht.

Zorgorganisaties kunnen in Nederland elektronisch met elkaar communiceren op basis van de EDIFACT standaard. Denk aan aan lab-uitslagen, radiologie-uitslagen, pathologie-verslagen, verwijsberichten, medicatievoorschriften. In Nederland worden jaarlijks ongeveer 60 miljoen van deze berichten elektronisch verzonden. Toch maken veel zorgorganisaties nog geen gebruik van de bestaande mogelijkheden, waardoor ze nodeloos veel tijd en geld kwijt zijn aan post en fax. REN streeft er naar waar mogelijk de communicatie elektronisch te laten verlopen. Op verzoek inspecteren wij met zorgorganisaties de onbenutte mogelijkheden en adviseren wij over mogelijkheden.

Door het toenemend multidisciplinaire karakter van de zorgverlening is de overdracht van informatie tussen zorgverleners in de zorgketen van cruciaal belang. Dit geldt in het bijzonder voor medicatie-informatie. Op basis van de Richtlijn ‘Overdracht van Medicatiegegevens in de keten’ hebben veel zorgverleners maatregelen genomen om de informatie-uitwisseling in de keten te waarborgen. Toch laat de volledigheid van de medicatiedossiers nog te wensen over en is er veel werk gemoeid met het uitwisselen van de informatie. Ook is de rol van de patiënt als informatiedrager niet altijd duidelijk. Het doel van dit project is de informatie-uitwisseling waar mogelijk elektronisch te laten verlopen, waarbij volledigheid en tijdigheid gewaarborgd zijn.

Medicatie is voor patiënten vaak van levensbelang, maar kan ook vervelende bijwerkingen of contra-indicaties hebben of allergische reacties oproepen. Inzicht in de volledige medicatie is daarom voor de voorschrijver (bijna altijd een arts) van cruciaal belang. Omdat patiënten hun medicatie verstrekt kunnen krijgen via verschillende apotheken (huisapotheken, poliklinische apotheek, dienstapotheek, internetapotheek) en de voorschrijver niet in hetzelfde (elektronische) dossier werkt als deze apotheken, is dit inzicht niet vanzelfsprekend. Naast voorschrijver en verstrekker hebben ook zorgaanbieders die een rol spelen bij de (controle op de) toediening van medicijnen een groot belang bij inzage in het actuele en volledige medicatiedossier. Kortom, een complex project.

Allereerst zijn de apotheken van West-Brabant overgestapt op het Landelijk Schakelpunt (LSP). Dit heeft geleid tot verbeteringen, maar ook tot nieuwe vragen. Daarnaast veranderden werkprocessen voor veel medewerkers. De overstap is weliswaar een grote inspanning geweest, maar niet meer dan een eerste stap. Wisselen vooral apothekers onderling informatie uit via het LSP, momenteel zijn er ook initiatieven om VVT- en GGZ-instellingen aan te sluiten. Verder zullen in 2016 en 2017 nieuwe berichtenstromen via het LSP beschikbaar komen voor de elektronische verzending van voorschriften (de ‘recepten’). In REN-verband denken apothekers en voorschrijver momenteel na over de verdere verbetering van het (gecentraliseerde) beheer van het dossier van de patiënt, dat eigenlijk nodig is om de basis, die gelegd is door het LSP, volledig tot zijn recht te laten komen.

West-Brabant verbetert zorgkwaliteit met eOverdracht

Als overdrachtsinformatie tussen zorgaanbieders niet goed wordt uitgewisseld, schaadt dat de kwaliteit van de zorg. De Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) heeft dit onderwerp hoog op haar prioriteitenlijst gezet, nadat uit eigen onderzoek in 2014 was gebleken dat de fysieke overdracht van informatie in veel ziekenhuizen niet goed op orde was. Vorig jaar was overdracht van informatie het leidende thema van het Patiëntveiligheidscongres van de inspectie. Staatssecretaris Martin van Rijn wees toen op de steeds intensievere verbinding tussen ‘cure’ en ‘care’ en de toenemende regierol van patiënten/cliënten. Het maakt communicatie moeilijker en heeft daarom veel invloed op de informatieoverdracht.

Uit een onderzoek van REN West-Brabant kwam naar voren dat in de regio veel bilaterale afspraken over overdrachtsinformatie van kracht zijn die in de praktijk niet altijd even effectief zijn. Het Bravis Ziekenhuis, Stichting Groenhuysen, tanteLouise-Vivensis, Surplus en Thuiszorg West-Brabant hebben de problematiek onderkend en daarop het initiatief genomen voor elektronische communicatie. Het REN verzorgt de coördinatie en adviseert in het project. Op basis van een programma van eisen hebben de samenwerkende zorgaanbieders inmiddels een selectietraject doorlopen voor een systeem dat de elektronische overdracht van informatie bij ontslag van patiënten kan verzorgen (eOverdracht). Het gaat om de verpleegkundige overdracht van de Bravis ziekenhuizen naar de verpleeg-, verzorgings- en thuiszorginstellingen in de regio en vice versa.


Samenwerking en verantwoording kunnen afleggen

De samenwerkingsprocessen tussen de betrokken partijen staan voorop met betrekking tot de inhoudelijke overdracht via het systeem. De te kiezen oplossing moet zorgen dat verantwoording aan externe instanties zoals de IGZ kan worden afgelegd en dat verdere ontwikkelingen in de eOverdracht ondersteund worden. Verschillende leveranciers hebben hun oplossing gepresenteerd, maar de projectgroep heeft nog geen definitieve keuze gemaakt. Het team bestaat uit de genoemde instellingen en wordt begeleid door Ulco de Boer, extern adviseur van Beter Healthcare.

De voorgestelde oplossing leidde tot discussie over de gepresenteerde functionaliteit, het gebruik hiervan en de bijbehorende investeringskosten. De projectgroep heeft eind maart de stuurgroep op de hoogte gebracht van het selectietraject. Omdat de projectgroep nog geen duidelijke keus heeft kunnen maken, heeft de stuurgroep een tweeledige opdracht gegeven om een toekomstbestendige oplossing te kiezen:

  1. Begin met het uitwerken van de gewenste samenwerkingsprocessen binnen de scope van het project, inclusief de benodigde formulieren, conform het Plan van Aanpak. Het gaat hierbij om het vastleggen van samenwerking voor de processen Aanvraag nazorg extern, Overdracht verpleegkundige zorg, Aanvraag MSVT (poli)klinisch, overdracht VVT naar het ziekenhuis en wachtlijstbeheer. Dit ter voorbereiding op de implementatie van een eOverdracht systeem.
  1. Maak tegelijkertijd een nadere vergelijking tussen de verschillende oplossingen op basis van de mogelijkheden voor een toekomstbestendige oplossing en kom tot een advies. In het advies moeten de prioriteiten in de ontwikkeling van de zorgprocessen en de daarbij behorende informatie-uitwisseling duidelijk worden, maar ook de wijze waarop de te kiezen oplossing daarop kan inspelen.


Referentiebezoeken

De projectgroep zal de stuurgroep een advies geven over een te gebruiken eOverdracht systeem. Er zijn verschillende sessies gepland, waarbij deskundigen van de verschillende organisaties gezamenlijk een voorstel maken voor de overdrachtprocessen. Daarnaast vinden er referentiebezoeken plaats in regio’s die al gebruik maken van een eOverdracht systeem. Het doel van deze bezoeken is om ervaringen uit te wisselen en te zien hoe het systeem daar functioneert. Vervolgens wordt de keuze voor het software-systeem gemaakt. In het laatste kwartaal van 2016 begint de implementatie.

Velen zien het PGD als een belangrijk hulpmiddel om de rol van de patiënt te versterken in het zorgproces en bij het regelen van haar/zijn gezondheid. Landelijk zijn er talrijke initiatieven om de randvoorwaarden voor een succesvolle introductie in te vullen. Er zijn ook veel voorbeelden van PGD’s in Nederland en elders, hoewel deze niet allemaal even succesvol zijn. REN monitort deze ontwikkelingen voortdurend om te kunnen beoordelen welke rol de regio bij deze ontwikkelingen kan spelen. Zodra dat het geval lijkt te zijn, zal REN nadere initiatieven ondernemen.

Het verbeteren van de continuïteit van zorg door de verbetering van de informatie-uitwisseling tussen zorgaanbieders is een doelstelling van REN. De uiteindelijke toets voor het succes daarvan zijn de uitkomsten van die zorg. Om de relatie tussen de gezamenlijk beoogde uitkomsten en bijdragen van de belangrijkste betrokken partijen inzichtelijk te krijgen, heeft REN gekozen voor de toepassing van het Continuity of Care Maturity Model (CCMM). Dit model voor regionale samenwerking is ontwikkeld door de Health Information Management Systems Society (HIMSS), een Amerikaanse organisatie die inmiddels ook een vestiging in Europa heeft.

 

Het model is aantrekkelijk, omdat de beoogde uitkomsten op het niveau van de regio zelf gemaakt kunnen worden. Vervolgens wordt onderzocht welke bijdragen de stakeholders hieraan leveren en waar verbeteringen mogelijk zijn. Klik hier voor meer informatie over HIMSS Analytics.

 

Meerdere regio’s in Nederland overwegen hetzelfde model te gaan toepassen. Zo wordt het mogelijk om te zijner tijd de ontwikkelingen in de regio’s te vergelijken en van elkaar te leren. Het eerste onderzoek in West-Brabant vindt in september 2016 plaats.