LSP – Veelgestelde vragen

Hier vindt u een overzicht van veel aan REN gestelde vragen met betrekking tot het LSP en bijbehorende antwoorden. Mist u informatie? Laat ons dit vooral weten via LSP@renwbr.nl.

LSP – ALGEMEEN 

Wat betekent LSP en wat doet het?

LSP staat voor Landelijk Schakelpunt dat medicatiegegevens en een professionele samenvatting van het huisartsendossier van een patiënt bij elkaar brengt. Alleen huisartsen, waarnemend huisartsen (bijvoorbeeld op huisartsenposten), apothekers, ziekenhuisapothekers en medisch specialisten kunnen op dit moment deze gegevens zien via het LSP. Onderstaande afbeelding geeft de werking van het LSP weer. Te zien is welke informatie wordt uitgewisseld, en voor wie dit zichtbaar is. Zo worden de professionele samenvatting en het waarneembericht alleen uitgewisseld tussen huisarts en HAP. De medicatiegegevens (bronsysteem is de apotheek) zijn wel door de huisarts, HAP en medisch specialist op te vragen. Centraal in de gegevensuitwisseling staat altijd de patiëntveiligheid en kwaliteit van zorg.

Wie beheert het LSP?

Het LSP wordt beheerd door VZVZ, de Vereniging Zorgaanbieders voor Zorgcommunicatie. Deze vereniging is verantwoordelijk voor de gegevensuitwisseling die via deze infrastructuur loopt. VZVZ zorgt ervoor dat het netwerk goed functioneert, zodat bijvoorbeeld zorgverleners alleen de gegevens kunnen inzien die voor hun beroepsgroep zijn toegestaan. Zo kan een huisarts wel een samenvatting van het huisartsdossier inzien, maar een apotheker niet. Voor meer informatie: https://www.vzvz.nl/page/Zorgconsument/Over-VZVZ

Heeft het LSP een eigen database waar gegevens worden opgeslagen?

Nee. Een veelgehoorde zorg is dat patiëntgegevens worden bewaard ‘op’ of ‘in’ het LSP. Deze infrastructuur heeft echter geen eigen database, wat betekent dat er geen gegevens bewaard kunnen blijven. Het LSP maakt gebruik van de Verwijsindex. Hierin wordt op basis van BSN geregistreerd welke zorgverleners welke patiëntgegevens beschikbaar hebben. Een andere functionaliteit van de Verwijsindex is de logging van opvragingen: welke zorgverlener heeft op welk moment welke gegevens opgevraagd. De gegevens blijven echter altijd uitsluitend opgeslagen bij de bron: de huisarts, apotheker of medisch specialist.

Is gegevensuitwisseling via het LSP landelijk?

In tegenstelling tot wat de naam doet vermoeden, vindt gegevensuitwisseling alleen binnen een regio (bijv. West-Brabant) plaats. Voor (academische) ziekenhuizen is met het oog op patiëntveiligheid een uitzondering gemaakt; zij kunnen met meerdere regio’s gegevens uitwisselen. Ook voor andere zorgverleners kan een uitzondering worden gemaakt. Als zij patiënten uit meerdere regio’s zien (bijvoorbeeld in vakantieoorden), kunnen zij een verzoek bij VZVZ indienen om met specifieke zorgverleners buiten de regio gegevens uit te wisselen.

Waarom is het noodzakelijk dat de patiënt toestemming geeft voor gegevensuitwisseling?

Een belangrijke voorwaarde voor gegevensuitwisseling is dat de patiënt hiervoor toestemming heeft gegeven aan zijn zorgverlener of apotheek. Zonder behandelrelatie en zonder toestemming van de patiënt, mogen geen patiëntgegevens worden uitgewisseld. Een patiënt kan toestemming, de zogenaamde opt-in, geven door een toestemmingsformulier in de vullen en in te leveren, dit mondeling aan te geven bij de huisarts, apotheker of assistent(e) of digitaal via www.ikgeeftoestemming.nl (gebruik van het DigiD is hiervoor noodzakelijk). Vervolgens wordt de opt-in en datum van toestemming geven geregistreerd in het informatiesysteem. Ook patiënten die geen opt-in wensen, worden geregistreerd.

 

LSP – VEILIGHEID EN PRIVACY 

Hoe wordt de veiligheid van het Landelijk Schakelpunt gegarandeerd?

Het Landelijk Schakelpunt is een beveiligd netwerk waarover gegevens kunnen worden uitgewisseld. Op het Landelijk Schakelpunt zelf worden, behalve het burgerservicenummer (BSN) van de patiënt, geen (medische) gegevens opgeslagen. Het Landelijk Schakelpunt en de systemen van deelnemende zorgverleners voldoen aan strenge beveiligings- en toegangseisen. Voordat zorgverleners hun systemen op het Landelijk Schakelpunt kunnen aansluiten, worden deze gecontroleerd. Ook krijgen zij alleen toegang tot het Landelijk Schakelpunt met een UZI-pas en pincode. Gegevens kunnen alleen met de toestemming van de patiënt beschikbaar worden gesteld. En het is alleen toegestaan om gegevens te raadplegen als dit nodig is voor de behandeling van de patiënt.

Is de privacy van de patiënt gewaarborgd?

Ja. Naast het feit dat het LSP geen eigen database heeft en er dus geen patiëntgegevens op het LSP worden opgeslagen, is het bij wet verplicht de patiënt toestemming te vragen voor gegevensuitwisseling. Bovendien betreft het LSP een eigen afgesloten infrastructuur die los staat van het internet. Gegevens kunnen dus niet op het internet gaan ‘zweven’.

Wat zijn de gevolgen van onrechtmatig gebruik van het Landelijk Schakelpunt?

Het Landelijk Schakelpunt kan alleen worden bevraagd met een UZI-pas en pincode. Alle raadplegingen door zorgverleners, maar niet de medische inhoud, worden vastgelegd in de zogenoemde ‘logging’. Zo is altijd te controleren of zorgverleners rechtmatig gegevens hebben opgevraagd. De patiënt ziet in zijn inzage-overzicht wie welk soort gegevens van hem heeft opgevraagd en wanneer. Als een zorgverlener daartoe niet gerechtigd blijkt te zijn, is het aan de toezichthouders de Autoriteit Persoonsgegevens en de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) om daartegen op te treden.

Wie houdt toezicht op het rechtmatig gebruik van het Landelijk Schakelpunt?

Op het Landelijk Schakelpunt en alle acties die hierop plaatsvinden, is nauwlettend toezicht. Zo wordt voortdurend in de gaten gehouden of er geen sprake is van onbevoegd, verkeerd of afwijkend gebruik, waarbij sprake zou kunnen zijn van misbruik. Alle raadplegingen door zorgverleners, niet de medische inhoud van de gegevens, worden vastgelegd in de zogenoemde ‘logging’. Zo is altijd te controleren of zorgverleners rechtmatig gegevens hebben opgevraagd. Als zij daartoe niet gerechtigd blijken te zijn, is het aan de toezichthouders de Autoriteit Persoonsgegevens en de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) om daartegen op te treden.

 

LSP-AANSLUITING PRAKTIJKEN 

Welke kosten zijn verbonden aan aansluiting op en het gebruik van het LSP?

Uw HIS- of AIS-leverancier zal kosten in rekening brengen voor het aansluiten op de LSP-module en het gebruik daarvan. Hiervoor is namelijk een servercertificaat nodig. Daarnaast zijn er kosten verbonden aan de aanschaf van de benodigde UZI-middelen.

Om praktijkhouders tegemoet te komen, bestaan enkele vergoedingsregelingen. Lees hier meer over bij onderstaande vraag.

Welke vergoedingen zijn er verbonden aan het gebruik van het LSP?

Als huisartsenpraktijk kunt u in aanmerking komen voor vier soorten vergoedingen. VZVZ Derdengelden (via deze link leest u meer informatie en de vastgestelde bedragen) stelt driemaal per jaar vast welke vergoedingen u krijgt. U ontvangt een bevestiging per e-mail en het bedrag wordt bijgeschreven op uw rekening.

– Structurele vergoeding. Als u het LSP gebruikt, kunt u eens per jaar in aanmerking komen voor een vergoeding. Deze jaarlijkse LSP-vergoeding wordt VZVZ Derdengelden conform het vergoedingenreglement uitgekeerd aan huisartsenpraktijken en apotheken. Het normpercentage in 2017 is 25%. Dit betekent dat u minimaal 25% van uw patiënten moet hebben aangemeld op het LSP om voor deze vergoeding in aanmerking te komen.

– Opt-in vergoeding. Voor elke dossier dat u aanmeldt bij het LSP, krijgt u een vergoeding. Als uw Opt-in percentage 35% of hoger is, dan komt u in aanmerking voor de verhoogde Opt-in vergoeding. U ontvangt deze vergoeding een keer per aangemeld Burgerservicenummer.

– Aansluitvergoeding. Huisartsen die nog niet zijn aangesloten op het LSP en in aanmerking willen komen voor de aansluitvergoeding praktijkstart of de aansluitvergoeding praktijkovername moeten de aansluiting succesvol in 2017 hebben afgerond met aanmelding van Opt-ins. Bij een praktijkovername moet ook de oude praktijk zijn afgesloten.

– UZI-vergoeding. De regeling voor vergoeding van UZI-middelen loopt door in 2017. Let op, want de ‘UZI-medewerkerspas niet op naam’ valt niet onder de vergoedingsregeling.

Welke stappen zijn nodig om aan te sluiten op het LSP?

Hieronder zijn de stappen beschreven om uw praktijk aan te sluiten op het LSP. De onderstreepte teksten zijn links naar de juiste pagina op de relevante website (VZVZ, Autoriteit Persoonsgegevens, UZI-register, etc.), waar u het in te vullen formulier of de extra toelichting kunt vinden.

Stap 0 Een goed beheerd zorgsysteem (GBZ)

  1. Selectie van een leverancier. Om met uw Huisartsinformatiesysteem gegevens uit te kunnen wisselen via het LSP, moet u beschikken over de juiste en goedgekeurde hard- en software en een gekwalificeerde leverancier. Dit geheel wordt een Goed Beheerd Zorgsysteem genoemd.

Stap 1 UZI-middelen

  1. Registreren bij het UZI-register als UZI-abonnee.
  2. Schaf tenminste één geldige UZI-pas (per pas € 255,- voor 3 jaar) aan en kaartlezer via uw hardware leverancier. Benodigdheden bij aanvragen zorgverlenerpas: BSN-pashouder, geboortedatum pashouder, BIG-nummer pashouder, contactgegevens voor aflevering pas, verzendadres pincodebrief.
  3. De elektronische identiteit van uw informatiesysteem wordt vastgelegd met een UZI-servercertificaat. Vraag een certificaat aan, zet eventueel de assistentie van uw leverancier in.
  4. Installatie van UZI-middelen (certificaat, pas(sen) en kaartlezer). Uw leverancier kan u hierbij helpen.

Stap 2 LSP-gebruikersovereenkomst

VZVZ adviseert het melden van gegevensverwerking binnen uw praktijk in het algemeen bij de Autoriteit Persoonsgegevens (AP). Via deze link is te lezen dat u hiervan vrijgesteld bent. Bovendien is dit niet meer noodzakelijk in aanloop naar de inwerkingtreding van de AVG per 25 mei 2018.

  1. Het aansluitproces starten via VZVZ. Vul het formulier GBZ-aanvraagformulier in, u kunt het tussentijds opslaan. Benodigdheden om dit formulier te vullen: administratieve- en technische gegevens, kopie van de UZI-stamkaart, AGB-code, KvK nummer. Stuur het ingevulde formulier + kopie UZI-stamkaart naar VZVZ Servicecentrum, Postbus 30920, 2500 GX Den Haag of een scan naar: support@vzvz.nl.

Stap 3 Aansluiten

  1. Nadat u de GBZ-aanvraag heeft ingediend, ontvangt u van het VZVZ Servicecentrum een gebruiksovereenkomst. Met de ondertekening geeft u aan dat u akkoord gaat met de voorwaarden voor aansluiting op het LSP.
  2. Het VZVZ Servicecentrum informeert uw GBZ-beheerder over de benodigde stappen om uw feitelijke aansluiting tot stand te brengen.

Wanneer de aansluiting bij VZVZ nog de status ‘In voorbereiding’ heeft, zijn binnen uw HIS een aantal functies voor LSP nog niet zichtbaar. Deze worden beschikbaar als de uw aanvraag-status naar ‘Actief’ gaat. Dan is ook het aanmelden van de Opt-ins bij patiënten mogelijk.

Stap 4 Installatie in uw Huisarts Informatie Systeem (HIS) of Apothekers Informatie Systeem (AIS)

Over dit onderwerp is per HIS/AIS specifieke documentatie beschikbaar. De algemene stappen zijn als volgt:

  1. Koppel de UZI-pas aan het account van de betreffende medewerker binnen uw informatiesysteem.
  2. Mandateren: aangeven welke medewerkers onder verantwoordelijkheid van u als zorgverlener het LSP gebruiken.
  3. Autoriseren van medewerkers die gegevens gaan aanmelden of opvragen via het LSP; u dient hen hiervoor toestemming te geven binnen uw informatiesysteem.
  4. LET OP: nadat alle UZI-passen zijn geregistreerd en gemandateerd, dient u aan (de support-afdeling van) uw softwareleverancier te melden dat de LSP-aansluiting in uw praktijk gereed is en dat u graag de LSP-module wilt laten activeren. De leverancier zal dit dan in orde maken.

U kunt nu de dossiers aanmelden en opvragen bij het LSP.

Stap 5 Opt-ins registreren

Wanneer de aansluiting gerealiseerd is, dient u de toestemmingen van uw patiënten registreren, om daadwerkelijk gegevens op te kunnen vragen via het LSP. De toestemmingen kunt u gedurende het aansluitingsproces alvast verzamelen. Hiervoor kunt u aan alle patiënten die u op het spreekuur ziet vast een folder meegeven, of u kunt bijvoorbeeld een mailing uitsturen naar uw patiënten waarin u hen wijst op de noodzaak van de opt-in registratie en hen verwijst naar de betreffende website waar uw patiënten dit online kunnen regelen.

  1. Geef het totale patiëntaantal van uw praktijk door via support@vzvz.nl. Dit aantal gebruikt VZVZ om het percentage opt-in te kunnen berekenen; de vergoeding die u ontvangt is hierop gebaseerd.

Enkele tips om goed van start te gaan met het verzamelen van de toestemmingen:

  • Bestel de gratis voorlichtingsmaterialen: posters, toestemmingskaartjes, video’s per zorggroep, folders, via de webshop van VZVZ. Tips voor toestemmingsformulieren:
    • Kies bij voorkeur voor de “combinatieformulieren”, zodat u de patiënt direct kunt vragen om toestemming te geven aan zowel de huisartsenpraktijk als aan de apotheek.
    • Formulieren zijn naast in het Nederlands in de volgende talen beschikbaar: Engelse, Pools en in het Turks.
    • Het is mogelijk om de formulieren in MS-Word formaat op te vragen, zodat u de naam van uw praktijk (en de dichtstbijzijnde apotheek) vooraf al kunt invullen en het gepersonaliseerde formulier kunt afdrukken.
  • Bespreek in uw praktijk uw voornemen om veel Opt-ins te verzamelen. Leg de assistenten en bijvoorbeeld de praktijkondersteuner uit dat ook zij toestemming mogen vragen.
  • Kies een methode om uw patiënten over dossieruitwisseling via het LSP te informeren (bijvoorbeeld folders bij de griepprikuitnodiging of in uw wachtkamer) met het verzoek om deze ingevuld af te geven aan de assistent(e).
  • Als de patiënt langs de balie komt, vraag dan direct of hij of zij het toestemmingsformulier al heeft ingevuld en of er vragen zijn. Als de patiënt geen vragen heeft, laat dan de assistent(e) de Opt-in registreren in uw HIS/AIS. Zijn er wel vragen dan kunt u overwegen om zelf de antwoorden te geven en het resultaat in uw HIS te registreren.

Ook een “nee” moet worden geregistreerd, zodat u later aan kunt tonen dat deze “nee” op verzoek van de patiënt is ingevoerd.

 

OPLOSSEN PROBLEMEN IN DE DAGELIJKSE PRAKTIJK

HAP (Call Manager): er is geen dossieropvraging mogelijk tijdens de dienst. Wat kan ik doen?

Controleer eerst de volgende zaken:

  1. Is er een WID-check (identiteitscontrole) gedaan? En wordt gecheckt via welke methode dit is gebeurd (via vraagstelling of ID)?
  2. Staat ‘Nictiz’ op ‘ja’? Huisartsen kunnen tijdens hun dienst ook aan de triagiste vragen om dit te checken.

Tip: onderaan in het behandelscherm verschijnt de optie ‘extern dossier aanklikken’ als de triagiste tijdens de triage het extern dossier al heeft opgevraagd. U kunt zelf een dossier opvragen door in de call boven aan in het scherm op ‘Dossiers’ te klikken:

Let op: kan het even duren voordat het dossier wordt geopend. Klik daarna op ‘Opvragen professionele samenvatting’. Vaak is eerst het EMD (extern dossier apotheek) zichtbaar; scroll verder naar beneden naar WDH (extern dossier huisarts).

Blijft bovenin het scherm de knop ‘Dossiers’ lichtgrijs? Dan is er geen extern dossier beschikbaar. U kunt in dit geval nagaan bij de assistente van de dagpraktijk of er onlangs nog een WID-controle is gedaan. Op die manier blijven assistenten alert op het doen van deze controle.

Wat kan ik doen in mijn eigen praktijk (Medicom) om de werking van het LSP te bevorderen tijdens de dienst op de HAP?

Om dossierinzage via het LSP optimaal te laten werken tijdens de HAP-diensten, is het belangrijk om regelmatig de wijzigingen in Medicom door te voeren, oftewel de LSP-aanmeldingen te laten verwerken. Dit kunt u doen met de LSP-knop in het startscherm, of met CTRL + F3. Het volgende inlogscherm verschijnt dan:

Na inloggen met uw UZI-pas komt u in het scherm ‘LSP-module’ terecht. Met de knop Start worden de patiënten voor wie recent een toestemming is geregistreerd, aan- of afgemeld bij het LSP:

 

DE UZI-PAS

Hoe kan het gebruik van UZI-middelen in de apotheek worden verbeterd?

Maak gebruik van de Actualiteitscontrole: een nieuwe toepassing die bij het openen van het dossier automatisch controleert of er nieuwe informatie beschikbaar is voor de patiënt. Hiervoor is geen UZI-pas nodig. Indien er nieuwe informatie is, dan kunt u deze met behulp van de UZI-pas opvragen via het LSP. Zo wordt alleen een opvraging gedaan indien dat zinvol is en de UZI-pas alleen gebruikt wanneer dat nodig is. Kijk hier voor meer informatie.

Probeer zoveel mogelijk de medewerkers (een dagdeel) een vaste werkplek aan de balie te geven. Zo wordt onnodig veel inloggen in het systeem voorkomen.

Zorg ervoor dat de software en UZI-passen up-to-date zijn. Voldoet de UZI-paslezer aan de juiste technische specificaties? Is de meest recente versie van de middleware geïnstalleerd? Komt de verloopdatum van uw UZI-pas in zicht? Bestel hier een nieuwe pas.

Richt het proces in uw apotheek zo efficiënt mogelijk in. Neem hiervoor contact op met de regiomanager van VZVZ.

Laat op vaste momenten in de backoffice van de apotheek, bijv. tweemaal daags, de binnengekomen recepten ophalen en laat gelijk de gegevens ophalen via het LSP. Zo hoeven de medewerkers aan de balie minder te wachten en minder te wisselen van werkplek.

Bespreek tijdens een LSP-opvraging vast andere onderwerpen met de patiënt: hebben alle gezinsleden al toestemming gegeven voor uitwisseling van hun medische informatie? Heeft de patiënt medicatie in een andere apotheek opgehaald? Wellicht kunt u vast iets vertellen over het gebruik van de voorgeschreven medicatie.

Wat is een UZI-pas?

Het UZI-register (Unieke Zorgverlener Identificatie register)[i] is de organisatie die de unieke identificatie van zorgaanbieders en indicatieorganen in de zorg mogelijk maakt. Zij verstrekken hiervoor UZI-passen aan zorgverleners en hun medewerkers. De UZI-pas is een soort elektronisch paspoort. Daarnaast geeft het register ook een elektronische identiteit voor de systemen van zorgverleners uit; het UZI-servercertificaat op uw computer.[ii]

Het UZI-register is een onderdeel van het CIBG, een uitvoeringsorganisatie van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.

[i] De Servicedesk van het UZI-register is bereikbaar via: 070-3406020 en info@uzi-register.nl.

[ii] Informatie over het UZI-servercertificaat: https://www.uziregister.nl

Welke soorten UZI-passen bestaan er?

Het UZI-register verstrekt drie soorten UZI-passen:

  1. Zorgverlener waarvan het beroep valt onder artikel 3 of 34 beroepen van de Wet BIG.
  2. Medewerkerspas op naam. Medewerkers die geen beroep uitoefenen wat valt onder artikel 3 of 34 van de Wet BIG.
  3. Medewerkerspas niet op naam. Een of meer medewerkers die dezelfde functie uitvoeren en beperkte functionaliteit van de UZI-pas nodig hebben. Deze pas sluit toegang tot het LSP en VECOZO uit.

Wat zijn de kosten van een UZI-pas en hoe lang is deze geldig?

De kosten die het UZI-register voor een UZI-pas rekent zijn 255 euro. De pas is 3 jaar geldig; de geldigheidsdatum staat op uw pas.

Worden de kosten van de UZI-pas vergoed?

Gebruikers van LSP (Landelijk Schakel Punt), komen mogelijk in aanmerking voor een vergoeding via de Vereniging zorgaanbieders voor zorgcommunicatie (VZVZ) voor de aangevraagde UZI-middelen. De ‘Medewerkerspas niet op naam’ verleent geen toegang tot LSP en wordt daarom niet vergoed door VZVZ. AIOS kunnen de kosten declareren bij de SBOH.

In het verleden is er een gedeeltelijke vergoedingsregeling geweest voor UZI passen in ziekenhuizen, maar deze liep in juni 2013 af. Sindsdien zijn er geen LSP gerelateerde vergoedingen meer geweest voor ziekenhuizen.

Voor meer informatie over vergoeding aangevraagde UZI-pas: voor huisartsen, voor apothekers.

Hebben alle zorgverleners in het ziekenhuis een UZI-pas nodig?

In Nederland kiest een toenemend aantal ziekenhuizen voor pre-fetching. Dit is een centrale vooropvraging van alle medicatiedossiers, en kan bijvoorbeeld worden gebruikt voor het opvragen van gegevens van patiënten die opgenomen worden. De ziekenhuisapotheker kan de apothekersassistent mandateren, zodat de assistent voorafgaand aan bijvoorbeeld het spreekuur van een specialist alle medicatiedossiers van een patiënt inzichtelijk heeft. Op die manier hebben niet alle specialisten een UZI-pas nodig.

Waar kan de UZI-pas zoal voor worden gebruikt?

De UZI-pas kan onder meer worden gebruikt voor:

  • Bij dagwaarneming via LSP op uw eigen praktijk.
  • Inzien van dossiers op de Huisartsenpost.
  • Inloggen in sommigen Huisartsinformatiesystemen.
  • Toegang tot VECOZO.
  • Het mandateren van medewerkers.
  • In Promedico-ASP voor ophalen verstrekkingen.
  • In Medicom aanmelden – in batch – van opt-ins bij het LSP.

Wie hebben met de UZI-pas toegang tot het LSP?

Alleen BIG-geregistreerde zorgverleners met een UZI-pas (type ‘Zorgverlenerspas’ of ‘Medewerkerspas op naam’) kunnen gebruikmaken van het LSP. Een zorgverlener kan het aanmelden of opvragen van gegevens delegeren aan bijvoorbeeld een doktersassistent of een arts in opleiding. U kunt er voor kiezen hen te mandateren om onder uw verantwoordelijkheid gegevens via het LSP aan te melden of op te vragen.

Wat verandert in de toekomst omtrent de UZI-pas?

Een ander vorm van toegang tot systemen waarbij een hoog betrouwbaarheidsniveau noodzakelijk is, ligt in het verschiet. VZVZ verwacht zeker meer aanbieders van passen, maar de verbinding met het UZI-register blijft noodzakelijk. Op dit moment is nog geen voorspelling te doen wanneer en in welke vorm veilige toegang verandert.

Verschillende overheden, waaronder ICTU, werken samen met het bedrijfsleven aan nieuwe standaarden voor elektronische Toegang Diensten (eTD).

Begrippen als e-herkenning (gestandaardiseerde digitale herkenning), Logius (de dienst digitale overheid van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, bekend van de DigiD), Stork x (betrouwbaarheidsniveaus gebaseerd op het Europese STORK raamwerk), creaim (leverancier e-herkenning en alternatieve passen), zijn gerelateerd aan de digitale toekomst.

 

BSN-VERIFICATIE EN LSP GEBRUIK

Wat is de relatie tussen het Burgerservicenummer en het LSP?

Zonder identificatie (vaststellen identiteit met Wettelijk Identiteitsdocument (WID)) en verificatie (Sectorale Berichten Voorziening in de Zorg (SBV­Z)) van het Burgerservicenummer kunnen de medicatiegegevens via LSP niet worden bevraagd.

Hoe kan een zorgverlener een patiënt identificeren?

Vanaf het moment dat het BSN in de zorg wordt gebruikt, moet bij een eerste contact met patiënten waar nog geen behandelrelatie mee is de identiteit worden vastgesteld aan de hand van een Wettelijk Identiteitsdocument (WID). Dit houdt in dat men:

  • Controleert of er sprake is van een Wettelijk Identiteitsdocument.
  • Controleert of het identiteitsdocument niet verlopen is.
  • De patiënt vergelijkt met de foto op het identiteitsdocument.

BSN kinderen: Hoe weet de zorgverlener of het BSN van een kind betrouwbaar is?

Om er zeker van te zijn dat met een betrouwbaar Burgerservicenummer wordt gewerkt, moet de zorgaanbieder twee dingen doen namelijk: (1) de patiënt identificeren en (2) zijn Burgerservicenummer opvragen of verifiëren bij een betrouwbare bron. Pas als de juiste persoon aan het juiste nummer is gekoppeld, kan er sprake zijn van betrouwbare gegevensuitwisseling met behulp van het Burgerservicenummer.

Hebben kinderen een identificatieplicht?

De Rijksvoorlichting zegt: “de identificatieplicht in de zorg houdt in dat u zich moet kunnen identificeren met een geldig identiteitsbewijs als u medische zorg ontvangt. Dit geldt voor iedereen, dus ook voor boorlingen en minderjarigen jonger dan 14 jaar. De identificatieplicht geldt in de gehele zorgsector, dus bij alle zorgaanbieders in de eerste en tweede lijn.”

Wat is een wettelijk identiteitsdocument?

Een wettelijk identiteitsdocument is een geldig paspoort, een Nederlands identiteitsdocument, een Nederlands rijbewijs of een Nederlands vreemdelingendocument.

Ongeldige documenten voor identificatie, ofwel documenten waarmee een persoon zich niet wettelijk kan identificeren zijn: willekeurige pasjes en kaarten, zoals een ov-kaart, bromfietscertificaat, pinpas of zwemabonnement; een verlopen identiteitsbewijs; een kopie van paspoort, identiteitskaart, rijbewijs of vreemdelingendocument.

Kan een ouder zijn kind identificeren door bijschrijven in eigen paspoort?

Een bijschrijving van een (minderjarig) kind in het paspoort van de ouder kon voorheen worden gebruikt ter legitimatie van het kind. De ouder moest dan mee naar de arts of het ziekenhuis om het kind te kunnen identificeren. Echter kunnen kinderen sinds 26 juni 2012 niet meer worden bijgeschreven in het paspoort van de ouder. Dat betekent dat zij een eigen identiteitsdocument nodig hebben voor behandeling in het ziekenhuis.

Hoe komt een ouder/verzorger aan het Burgerservicenummer van zijn kind?

Er zijn verschillende manieren om het BSN van het kind te achterhalen:

  • Bij de gemeente staat een kind ingeschreven in de Gemeentelijke Basisadministratie Persoonsgegevens (GBA). De gemeente kan een uittreksel verstrekken met hierop het Burgerservicenummer van het kind.
  • Op de zorgverzekeringspasjes staat vaak het Burgerservicenummer
  • Bij ontvangen van een kind-gebonden toeslag: https://mijn.toeslagen.nl.
  • Bij ontvangen van de kinderbijslag, via de Sociale Verzekeringsbank: http://www.svb.nl/int/nl/mijn_svb/inloggen/bekijk_uw_gegevens/index.jsp
  • Op het identiteitsbewijs en/of paspoort een ouder of verzorger.
  • Op het identiteitsbewijs en/of paspoort van het kind zelf.

Hoe kan de zorgverlener het BSN opvragen of verifiëren bij een betrouwbare bron?

Een zorgaanbieder vraagt het Burgerservicenummer op bij een betrouwbare bron: de Sectorale Berichten Voorziening in de Zorg (SBV­Z) of de Gemeentelijke Basisadministratie persoonsgegevens (GBA). SBV-Z ontleent haar gegevens aan de GBA. Voor bevragingen van SBV­-Z is een UZI-pas noodzakelijk en kan worden nagegaan:

  • of een nummer een Burgerservicenummer is,
  • of een bepaalde persoon een Burgerservicenummer heeft en zo ja:
    • welk nummer dat is,
    • aan welke persoon een bepaald Burgerservicenummer is toegekend,
    • of het identiteitsdocument in omloop is.

De zorgaanbieder hoeft het Burgerservicenummer niet zelf op te vragen of te verifiëren als hij het Burgerservicenummer heeft verkregen van een andere gebruiker van het Burgerservicenummer die de juistheid daarvan al eerder heeft vastgesteld.

Wanneer het Burgerservicenummer wordt doorgeleverd blijft de plicht bestaan om de cliënt bij het eerste contact te identificeren.

Mogen zorgaanbieders het BSN van een patiënt uitwisselen?

Als de identiteit van de patiënt is vastgesteld én het Burgerservicenummer is geverifieerd, kan het Burgerservicenummer worden gebruikt in de onderlinge communicatie met andere zorgaanbieders. Het BSN dat met de gegevens over een patiënt wordt meegeleverd mag door de ‘ontvangende’ zorgaanbieder worden overgenomen in zijn eigen administratie maar (nog) niet worden gebruikt in de verdere gegevensuitwisseling; daarvoor moet die zorgaanbieder op zijn beurt eerst de identiteit van de patiënt vaststellen. Immers, ook door deze zorgaanbieder moet de juiste persoon aan het juiste nummer worden gekoppeld voordat sprake kan zijn van betrouwbare gegevensuitwisseling.

Wat zegt de wet over privacy en identificatie van kinderen vanaf 12 jaar?

Kinderen vanaf 12 jaar kunnen, bij uitzondering, zelfstandig een behandelingsovereenkomst aangaan. In die gevallen waarin een kind tussen de 12 en 14 jaar een bezoek wil brengen aan een zorgaanbieder zonder dat zijn of haar ouders daarvan weten, kan het kind dit aan de zorgaanbieder melden. De zorgaanbieder kan in een dergelijk geval pragmatisch met de identificatie omgaan en volstaan met identificatie aan de hand van bijvoorbeeld een schoolpasje. Gegevensuitwisseling zal dan niet op basis van het BSN plaatsvinden, maar op basis van identificerende persoonsgegevens (geslachtsnaam, voornamen, geboortedatum, postcode en huisnummer). Bij verstrekking van persoonsgegevens moet u dan vermelden dat er geen identiteitscontrole heeft plaatsgevonden.

Is er een softwarematige oplossing voor BSN verificatie zonder WID-controle?

Spoedzorg op de SEH of Huisartsenpost wordt altijd verstrekt, maar zonder wettelijk identiteitsbewijs kan bijvoorbeeld eerder verstrekte medicatie niet worden opgevraagd. Op dit moment is er nog geen softwarematige oplossing voor BSN verificatie zonder WID-controle in ziekenhuisinformatiesystemen. Er zou een collectief verzoek ingediend kunnen worden bij de softwareleveranciers van de verschillende (ziekenhuis)informatiesystemen om een dergelijke ‘noodknop’ te ontwikkelen.

 

DE BAXTER-ROL EN ANDERE GDS’EN BINNEN LSP

Wat wordt verstaan onder Baxter-rol of andere Geneesmiddelendistributiesystemen (GDS)?

Medicatie wordt niet altijd bereid en/of geleverd door de ‘thuisapotheek’ van de patiënt. Steeds vaker gebruiken apothekers een of meerdere Geneesmiddelendistributiesystemen (GDS), bijvoorbeeld voor:

  • ‘Medicijnen op een rol’, ook wel Baxter-rol genoemd, waarbij de medicijnen in doorzichtige plastic zakjes per innamemoment zijn verpakt.
  • Een geneesmiddeldistributiesysteem voor een week met een vaste indeling van hokjes die allemaal even groot zijn (medicijndoos, tray).
  • Een etui met losse dagcassettes voor een week met een te verschuiven indeling van hokjes.
  • Geneesmiddel distributiesystemen voor blinden.
  • Geneesmiddel distributiesystemen met grote vakken voor cliënten die grote pillen of capsules gebruiken of voor cliënten, waarbij de medicijnen in blisterverpakking in het geneesmiddel distributiesysteem worden uitgezet.
  • Geneesmiddel distributiesystemen die op van tevoren ingestelde tijden alarmeren.
  • Regionale of landelijke organisaties voor complexe of gevaarlijke bereidingen.

Waarom is de medicatie die via de Baxter wordt geleverd niet zichtbaar via het LSP?

Mogelijk staat in het apotheekinformatiesysteem deze medicatie nog niet op ’continu’. Wanneer dit wordt aangegeven, zal de medicatie zichtbaar worden via het LSP.

Een andere verklaring kan zijn dat de leverancier van de Baxter-rol geen opt-in heeft van de patiënt, waardoor de gegevens niet zichtbaar zijn via het LSP. Ook de ‘thuisapotheek’ en eventueel andere apotheken dienen een opt-in ontvangen te hebben van de patiënt voor een volledig en actueel medicatie-overzicht via het LSP, ook als deze apotheken in een cluster samenwerken.

Hoe kunnen de opt-ins bij ‘onzichtbare’ (GDS) leveranciers worden vergroot?

  • Maak de opt-in vraag een vast onderdeel bij de intake van uw Baxter-patiënten.
  • Neem de opt-in vraag mee met de jaarlijks verplichte evaluatie van uw Baxter-patiënten.
  • Geef het toestemmingsformulier in de vorm van het A6 kaartje mee met bezorging van de Baxter-rol. Gratis te bestellen via: https://www.vzvz.nl/uploaded/FILES/htmlcontent/Voorlichtingsmateriaal/Printscreen%20A6%20toestemmingskaartje%20voorzijde%20-%20apo.png
  • Zorgverleners moeten medicatie die chronisch wordt gebruikt actief kenmerken als ‘chronisch’ of ‘continu’. Dit geldt ook voor ook ‘zo nodig’-medicatie en in ieder geval voor alle geïndividualiseerde distributievorm (GDV) medicatie. Check of ook het baxterbestand overkomt via het LSP.
  • Samenwerkende apotheken moeten erop bedacht zijn, opt-in te vragen voor alle apotheken / locaties die medicatie verstrekken (en declareren). Deze opt-in moet lokaal worden verwerkt in het AIS van de apotheek die de medicatie verstrekt.
  • Gebruik het formulier van REN West-Brabant: LSP Toestemmingsformulier voor 2 apotheken.
  • Registreer de medicatie in uw AIS en stuur de leverancier alleen een inpakbestand.

Geldt de opt-in bij de thuisapotheek ook voor de leverancier van de Baxter-rol?

De opt- in die de patiënt bij de thuisapotheek heeft afgegeven, geldt niet voor andere apotheken of leveranciers. Behalve per apotheek waar de patiënt wel eens medicatie afhaalt, dient de patiënt ook per GDS een opt-in te verstrekken. Veel patiënten zijn zich niet bewust dat de medicatie op een andere locatie wordt bereid of ingepakt. Hier ligt een rol voor de thuisapotheek om de patiënt te informeren.

 

INZAGE IN INFORMATIE-UITWISSELING VOOR DE PATIËNT

Hoe kan de patiënt terugzien door wie en wanneer zijn gegevens zijn uitgewisseld?

Patiënten kunnen zich abonneren op LSP-berichtenverkeer binnen hun dossier. Dit houdt in dat zodra binnen hun dossier de Professionele samenvatting of het medicatiedossier wordt geopend, de geabonneerde patiënt een e-mail ontvangt. De automatisch verzonden e-mail heeft de volgende inhoud:

Hoe kan een patiënt zich abonneren op meldingen van LSP-berichtenverkeer?

De patiënt kan zich abonneren op berichtenverkeer binnen zijn dossier. Hij ontvangt dan een e-mail wanneer de professionele samenvatting of het medicatiedossier wordt opgevraagd. Dit kan men zelf aangeven via www.vzvz.nl. Men kiest voor Zorgconsument, daarna voor Inzage, daarna voor LSP-meldingen.

Hoe kan de patiënt een inzage-overzicht opzoeken van de uitwisseling van zijn gegevens?

Via de website van VZVZ kan de patiënt terugvinden wanneer zijn gegevens zijn uitgewisseld. Dit kan via www.vzvz.nl, optie Zorgconsument. Daarna klikt men op Inzage, daarna op Inzage-overzicht. De patiënt kiest zijn eigen overzicht, of dat van een minderjarig kind.

 

Na inloggen met de DigiD verschijnt het volgende overzicht:

Voorbeeldschermen van ‘Gegevens opgevraagd’

 

MEDICOM: AUTOMATISCH VERWERKEN WAARNEEMBERICHTEN 

Hoe wordt tijdens de waarneming voorgeschreven medicatie verwerkt in het dossier?

Op de tabs medicatiestatus en -historie ziet u aan het * in de kolom Arts dat het medicatie betreft welke is voorgeschreven door een waarnemend arts op een huisartsenpost. In de tooltip (* aanwijzen met de muis, niet klikken) bij de regel vindt u meer informatie. Verder wordt in de kolom Ap met een ^ aangegeven dat het een waarneemlevering betreft en via ^_ dat het een waarneemvoorschrift betreft.

De status van het waarneembericht in de postverwerking wordt hierbij automatisch op afgewerkt gezet.

Hoe is de informatie uit het waarneembericht terug te vinden in het dossier?

Het verwerkte waarneembericht wordt in het journaal geregistreerd. In de kolom W ziet u de artscode van de arts die verantwoordelijk is voor de waarneming/het contact; in de kolom WP ziet u de code van de medewerker die verantwoordelijk is voor de actie bij die betreffende regel. Via het I- icoon ziet u of er informatie beschikbaar is.

Hoe kan automatische verwerking van waarneemberichten in Medicom worden ingeschakeld?

Alle waarneemberichten komen binnen in de Postverwerking. Het gaat hier om activiteiten die op de huisartsenpost hebben plaatsgevonden en de dienstdoende huisarts digitaal heeft geregistreerd.

Om het automatisch verwerken van LSP-waarneemberichten in uw patiëntendossier eenmalig aan te zetten, volgt u de volgende stappen. Dit zijn persoonlijke instellingen en deze dienen per huisarts te worden uitgevoerd.

 

  1. Inloggen in Medicom.
  2. Kies Hoofdmenu / Praktijkbeheer.
  3. Kies Onderhoud praktijk gegevens.
  4. Kies Onderhoud praktijk artsen.
  5. Kies de knop met het potlood linksboven, om het wijzigen aan te zetten.
  6. Vul uw memocode in.
  7. Druk op de Tabtoets om naar het volgende vak te gaan. Uw gegevens worden automatisch ingevuld.
  8. Plaats een vinkje bij ‘Waarneembericht autom. Verwerken’.
  9. Klik op Ok om de wijzigingen te bewaren.